Illustreer je vakantie.

 

1.Wat heb jij gedaan op vakantie?

2. Verdeel je bladzijde in 4 hokjes. Teken een lijn van boven naar beneden, door het midden. Teken ook een lijn van links naar rechts, ook door het midden. Je papier is nu in 4 hokjes verdeeld die allemaal ongeveer even groot zijn.

3. Schrijf, heel klein in het eerste hokjes in het hoekje Wat?. In het tweede hokje schrijf je Waar? In het derde hokje schrijf je Hoe? En in het laaste hokje Wie?

4. Teken nu bij elke vraag het antwoord:

Wat?

Wat heb je gedaan tijdens je vakantie? Ben je wezen kamperen? Heb je gevist? Heb je lekker op de bank gegamed? Heb je gevoetbald? Teken wat je gedaan hebt.
Waar?
Waar ben je geweest? In een pretpark? Naar Frankrijk of Spanje? Ben je bij je Oma geweest of op een camping? Teken de plaats waar je tijdens je vakantie geweest bent.

Hoe?

Hoe ben je daar heen gegaan? Met het vliegtuig, de auto? Of ben je er heen gelopen? Of op de fiets? Teken het voertuig. Je benen tellen ook, als je gelopen bent!
Wie?

Met wie heb je dat gedaan? Met je famillie, vriendjes? Je opa en oma? Of alleen je vader? Teken de personen

5. Kleur alles netjes in

6. Vertel aan je klasgenootjes waar, met wat, hoe en met wie je op vakantie bent geweest, gebruik je tekening daarbij.

 

Wat heb je nodig?

wit papier, potlood, gum en kleurpotloden.

 4