Doorlopende leerlijnen, de lessen lessen om uit te printen

voor de juf of meester

artikels

Leereffecten van kunstonderwijs.

 

Er is veel verschillend onderzoek gedaan naar de effecten van kunst en/of cultuureducatie in het onderwijs. De uitkomsten lopen nogal uiteen, bovendien lijkt het dat elk onderzoek zijn eigen op zichzelf staande deelgebied binnen het kunst en/of cultuuronderwijs heeft uitgediept. Moeilijk wordt het daarom om te zeggen wat nu de precieze meetbare leereffecten zijn.

De algemene leereffecten van het kunstonderwijs laten zich samenvatten in de volgende 4 punten:

 

1. een grotere intrinsieke motivatie om te leren;

2. echt begrip van de stof in plaats van het onthouden van feitjes ‘learning for understanding’);

3. leren als uitdaging opvatten in plaats van als barrière;

4. inspiratie om ook buiten de klas te zoeken naar mogelijkheden om te leren.

 

Er is geen bewijs voor de leereffecten van kunst en/of cultuuronderwijs als geheel.

Toch laten al die verschillende onderzoeken wel enige meetbare resultaten zien. De effecten, afhankelijk uiteraard van de kwaliteit van het onderwijs kunnen we op de volgende gebieden verwachten:

 

• beheersing van een medium (materiaal en middelen, waaronder ook het lichaam en de stem)

• cognitieve vaardigheden (waarnemen, verbeelden, conceptualiseren en analyseren)

• ontwikkeling van het cultureel (zelf)bewustzijn

 

De relatie met effecten op andere leergebieden (transfer-effecten) hangt af van onderliggende cognitieve overeenkomsten tussen de betreffende kunstdiscipline en andere leergebieden. Kunstonderwijs kan leerlingen leren hun cultureel (zelf)bewustzijn te ontwikkelen. Het kan leerlingen leren te verbeelden en die verbeelding om te zetten in producten en performances. En het kan ze leren een medium (materiaal en instrumenten) te beheersen. Daarbij maken leerlingen zich verschillende cognitieve vaardigheden eigen, zoals waarnemen, verbeelden, conceptualiseren en analyseren. Deze komen ook in andere onderwijsvakken voor, bijvoorbeeld vormen van waarnemen, mondeling en schriftelijk taalgebruik en analytisch vermogen. Een goede beheersing van deze vier vaardigheden zal bijdragen aan de resultaten in andere onderwijsvakken.

 

 

Kerndoelen:

 

 

1. Verbetering, stimuleren van fijne

 motoriek

2. Aanleren van beeldende/

 vertellende vaardigheden

3. Verbeteren van

uitdrukkingsmogelijkheden/ verbeelden

in realiteit

4. Verbeteren van

uitdrukkingsmogelijkheden/ verbeelden

in fantasie

5. Stimuleren van ruimtelijk denken.

6. Verbeteren van

uitdrukkingsmogelijkheden/ verbeelden

en overbrengen van een emotie,

ervaring of een idee.

7. Aanleren van het communiceren over/

reflecteren op / vergelijken / van eigen werk

 

 

 

 

vanaf niveau 1- groep 3/4

 

 

 

vanaf niveau 2- groep 4/5/6

 

 

 

 

 

vanaf niveau 3- groep 6/7/8

 

 

 

 

 

 

 

1. Verbetering van fijne motoriek

 

In groep 3  leren kinderen schrijven. Het is op dat moment belangrijk dat de fijne motoriek van het kind goed is ontwikkeld.

Met de fijne motoriek worden handelingen als veters strikken, knippen met een schaar, knoop losmaken of kralen rijgen bedoeld: het zijn die bewegingen waar wat meer concentratie voor nodig is, een goede oog-handcoördinatie en voldoende spierontwikkeling in de handen.

Er zijn verschillende onderzoeken geweest waarbij werd onderzocht of een goede fijne motoriek van invloed is op de leerresultaten. En inderdaad er bestaat een samenhang tussen een goed ontwikkelde fijne motoriek en de cognitieve vaardigheden.

Er zijn onderzoekers die zeggen dat door veel motorische oefeningen aan te bieden de linker- en rechterhersenhelft beter gaan samenwerken. Anderen zeggen weer dat als je weinig moeite hebt met schrijven je meer energie naar het denken kan sturen.

Hoe het ook zij, in kunstlessen (knutselen, tekenen en schilderen) krijgt het kind de kans om zijn motorische vaardigheden te ontwikkelen.  De oefeningen die de kunstjuf de kinderen laat doen zijn in niveau 1 specifiek gericht op het ontwikkelen van de fijne motoriek.

De technieken die helpen bij de verbetering van de fijne motoriek:

Kleien

tekenen

knippen

inkleuren

plakken

rijgkaarten

 

 

2.   Leren van verbeeldende/ vertellende vaardigheden

 

Taal-tekenen is vertellen door tekenen, gedachten in beelden op papier zetten.

Beelden komen bijvoorbeeld naar voren bij het beluisteren van een verhaal. De perceptie van een verhaal is per luisteraar verschillend. Een verhaal kan eigen ervaringen oproepen, maar het kan ook bij zowel volwassenen als kinderen de zo belangrijke link leggen tussen taal en teken.

Tekenen en schilderen zijn hulpmiddelen voor het kind om zich te uiten. Opvallend is dat kinderen, zeker als ze heel jong zijn, vaak praten terwijl ze tekenen. Terwijl het kind lijnen trekt of krast worden associaties opgeroepen van dingen die het kind belangrijk vindt, dierbaar zijn, of waar hij zich mee bezighoudt en  worden deze ervaringen worden geuit, het tekenen wordt een hulpmiddel.

Voor het kind is het krassen een belangrijke hulpmiddel om tot zichzelf te komen, om zich uit te drukken, om de wereld om zich heen te begrijpen en een plek te geven.

Op verdere leeftijd is het tekenen een behulpzame manier om voor kinderen hun gedachten te ordenen, een probleem te helpen uitbeelden of een idee te ontwikkelen.

Enerzijds moeten de technische vaardigheden ontwikkeld worden die het kind in staat stellen zich uit te drukken in beeld.

Anderzijds ontwikkeld het kind de vaardigheid zich in beelden uit te drukken. Het maken van oefeningen van de kunstjuf helpen daarbij.

 

Natekenen

tekenen  met potlood, houtskool, Oost-Indische inkt, etc.

schilderen, met waterverf, plakkaatverf etc.

 

 

3. Verbeteren van uitdrukkingsmogelijkheden/ verbeelden in realiteit

 

Door oefenen van specifiek het tekenen van situaties in de realiteit wordt de teken-vaardigheid verbetert.

Met het verbeteren van de teken-vaardigheid tijdens de lessen van de kunstjuf verbetert automatisch het vermogen van uitdrukken, de mogelijkheden worden met de verbetering van de teken-vaardigheid uitgebreid. Het kind kan zijn verrichtingen toetsen aan de werkelijkheid, er wordt geoefend in het kijken naar de wereld zoals hij zich voordoet.

Vragen die in deze lessen een belangrijke plaats innemen kunnen zijn:

Wat heeft welke kleur? Hoe groot of hoe klein zijn objecten ten opzichte van het kind zelf, wat is voor, achter en opzij? Wat bevindt zich in een ruimte? Kijk om je heen.

 

Natekenen en overtrekken

(kleurplaat) inkleuren

vrij tekenen

via een opdracht tekenen met potlood, houtskool, Oost-Indische inkt, etc..

via een opdracht schilderen met waterverf, plakkaatverf etc..

boetseren of knutselen van een object.

 

 

4. Verbeteren van uitdrukkingsmogelijkheden/ verbeelden in fantasie

 

Door oefenen van specifiek het tekenen van fantasie situaties wordt het "out of the box" denken gestimuleerd zodat uiteindelijk het kind zijn eigen originele ideeën kan vormgeven in plaats van cliché-matige beelden te tekenen.

De letterlijke betekenis van fantasie uit het woordenboek is: “de kunst om dingen te verzinnen, verbeeldingskracht en vindingrijkheid droombeeld”

Uiteindelijk moet het kind zijn ervaringen, gedachtes en gevoelens kunnen uitdrukken in zijn eigen beeldtaal.

 

tekenen uit de fantasiedoos

vrij tekenen

via een fantasie opdracht tekenen met potlood, houtskool, Oost-Indische inkt, etc.

via een fantasie opdracht schilderen met waterverf, plakkaatverf etc.

 

 

5.  Stimuleren van ruimtelijke denken.

 

Het kind leert ruimtelijk denken door allereerst te bewegen in de ruimte, door de kennis van zijn eigen lichaam. Door spelen met blokken, puzzels, Duplo, Lego en Kinexx, het bouwen van ruimtelijke objecten, knutselen wordt het ruimtelijk inzicht verder ontwikkeld.

Door ruimtelijk te tekenen wordt dan dit inzicht verfijnd.

 

In oefeningen van de kunstjuf komen de volgende vragen naar voren:

 

Waar bevind zich iets in de ruimte?

voor, achter, onder, boven, in uit, etc.

Welke richting ga ik of iemand anders?

naar links, rechts, schuin, erover, etc

Afstand

ver, dichtbij, verder dan, in de verte, etc

Kennis van inhoud:

erin, vol, leeg

Kennis van opeenvolging

eerste, laatste, opeenvolgingen van klein naar groot, van links naar rechts.

 

Torens bouwen, knutselen

(Plattegrond) tekenen, teken van ruimtes, situaties

Beginnend perspectief

Kleien

 

 

6.   Verbeteren van uitdrukkingsmogelijkheden/ verbeelden en overbrengen van een emotie- ervaring en/ of idee.

 

Vergroten van het associatief denken

Procesmatig werken

Belangstelling verbreden

Referentiekader vergroten

 

Hoe groter de vaardigheden van het kind zijn, hoe makkelijker hij zich weet uit te drukken in zijn werkstukken. Door te oefenen in het uitvoeren van opdrachten die inspelen op de fantasie van het kind en deze prikkelen wordt de verbeelding gestimuleerd.

Ook door het experimenteren met materialen en technieken wordt de fantasie geprikkeld, nieuwe ervaringen in het uitdrukken kunnen nieuwe ideeën stimuleren en nieuwe manieren om een idee of een ervaring tot uitdrukking te brengen ontwikkelen.

Het kind kan door kijken, observeren, registreren en noteren zijn eigen ervaringen en ideeën leren kennen, leren ontwikkelen en leren uitdragen op het moment dat door middel van taal de gelegenheid, de wenselijkheid de mogelijkheid of de kunde er niet is.

 

 Al schetsend kun je je gedachten ordenen, je ideeën noteren en concepten verder ontwikkelen.

Bovendien helpt tekenen de waarneming te scherpen en gevoel voor vorm en verhoudingen te ontwikkelen

 7.   Aanleren van het communiceren/ reflecteren/ vergelijken / van eigen werk

 

“Kinderen moeten leren om te leren reflecteren als we ze willen leren leren”.

En een fijn middel hiervoor is kunst. Eigen kunst, of kunst van een echte kunstenaar.

Dat maakt eigenlijk niet zoveel uit.

 

Waarom is kunst zo geschikt is om te gebruiken voor reflectie?

Dat komt omdat kunst een medium is waar gevoel en emotie doorgaans een plaats hebben en daardoor een goed middel om als object te gebruiken.

Iedereen die echt naar kunst kijkt, zal daar iets vinden, en wat hij of zij ervan vindt komt voort uit een overtuiging of een ervaring, of een gevoel, deze bronnen zijn interessant om over te praten.

Aansluiting op de lesstof vanaf groep 4