1. Er bestaan veel soorten huizen, kijk maar eens naar de foto's in tips en trucs...

Valt het je ook op dat al deze huizen heel anders zijn? Ze lijken helemaal niet op elkaar.

 

2. Maak eerst heel grof de vorm van het huisje dat je gekozen hebt.

De vorm van bijvoorbeeld een schoen, een paddenstoel of zoiets.

Maak nu de vorm heel glad, lijkt het een beetje op het voorwerp dat je gekozen hebt?

Duw de klei nog zo dat het echt op de vorm lijkt. Bekijk je kleiwerk van alle kanten, is het overal mooi?

Bekijk het kleiwerk goed, kies de mooiste kant uit, dat is de voorkant.

 

3. Maak in de voorkant een deurtje en raampjes, gebruik een spatel dat een beetje op een mesje lijkt, je kunt een beetje in de klei snijden.

Maak nu je huisje mooi en zo dat het echt op een huisje lijkt.

Vergeet niet: de deurbel, brievenbus, schoorsteen, gordijntjes voor de raampjes, misschien heeft het raam ook luiken. Zit er ergens een dakgoot of een naambordje?

Misschien een lampje bij de deur....

 

4. Als je helemaal klaar bent, zijn er geen hobbeltjes en bobbeltjes? Is alles netjes glad? dan kan je je kleiwerk laten drogen. Na drie dagen is de klei goed droog en kan je je huisje schilderen. Meng een beetje water door de verf zodat het schilderen makkelijk gaat.

Je mag als je klaar bent met schilderen geen stukje klei meer zien!

5. Als de verf droog is kun je je huisje vernissen, dan is je huisje beschermd tegen stof en vuil. Bovendien gaat hij mooi glimmen.

 

6. Wat heb je nodig?

Klei, spatels, water, plakkaatverf, kwasten.

 4