1. Speel het geuidenspelletje.
Hoe komt het dat wij bepaalde soorten muziek eng vinden? Zoals de muziek die we nu horen?

Dat leren we al als we heel klein zijn. Boehoe geluiden zijn spannende geluiden dus dan worden we bang, of we schrikken "Kiekeboe"!!

En als we heel hard schrikken worden we een beetje bang. In spannende muziek zitten veel schrikeffecten verborgen, om ons te laten schrikken en bang te maken.

Hoe meer enge films we zien, hoe beter we ons kunnen voorstellen wat er allemaal kan gebeuren als je een hard en eng geluid hoort. Het is dus helemaal niet zo heel erg slim om heel veel enge films te kijken, je hersenen weten dan meer enge dingen en kunnen je veel sneller bang maken!


2. Bedenk een fantasiefiguur.

Je moet zelf een figuur bedenken! Dus niet iets wat al door iemand bedacht is. Dit is wel heel moeilijk, elfjes, kabouters en zo bestaan al, je mag dus wel een bestaand fantasiefiguur kiezen, bijvoorbeeld een kaboutertje, bedenk dan wel een kabouter die nog nooit iemand gezien heeft. Een zeekabouter misschien of een kaboutertje die op de maan woont. Misschien heeft jouw kabouter geen puntmuts op, maar een rare hoed. Een heks die een jurk aanheeft van takjes met egeltjes....

 

Een goeie tip: , bedenk een alien, uit de ruimte, die zien er ook altijd uit als iets dat niemand ooit nog gezien heeft.

 

3. Teken het figuur zo dat je hele papier gevuld is.

De fantasiefiguur moet het papier helemaal vullen, er mag maar een klein randje aan alle kanten overblijven. Kijk maar even naar de plaatjes.

 

4. Wat heb je nodig?
Potlood en gum, wit papier en kleurpotloden

 2