Rien Poortvliet


Als stukadoorszoon uit Schiedam leek Poortvliet niet bestemd voor een bestaan als kunstenaar. Zijn ouders waren streng gereformeerd en moesten niets hebben van het idee dat hun oudste zoon naar een kunstacademie zou gaan.

Het tekentalent van Poortvliet manifesteerde zich in zijn jeugd. Na de mulo ging de jonge Poortvliet werken bij een reclamebureau. Nadat hij de dienstplicht bij de marine had vervuld, klom hij op tot senior-manager op het reclamebureau van Unilever, Lintas.

Poortvliet had meer plezier in zijn nevenactiviteiten voor diverse uitgeverijen. Hij illustreerde boeken van onder anderen Jaap ter Haar, Leonard Roggeveen en Godfried Bomans. Hij was hartstochtelijk jager en begon zo ook natuuronderwerpen te tekenen.

Eind jaren zestig was Poortvliet zo ver dat hij zijn baan meende te kunnen opzeggen om zich als zelfstandig illustrator te vestigen. Hij had niet genoeg werk en om toch brood op de plank te krijgen, stelde hij een boek samen met zelfgemaakte tekeningen en aquarellen aan de hand van zijn jachtervaringen. Later maakte hij ook een dergelijk werk over het leven van Jezus van Nazareth.

Poortvliet zag zichzelf als tekenend verteller. Zijn tekeningen deden het verhaal. Hooguit schreef hij ter uitleg een kort bijschrift.

Hij werd jarenlang uitgegeven door Kok ten Have (Kampen) en Van Holkema en Warendorf te Bussum, waar zijn Leven en werken van de Kabouter (coauteur Wil Huygen) 61 drukken beleefde. Met de kabouterserie verwierf Poortvliet internationale bekendheid. Deze serie is een geheel eigen leven gaan leiden en werd ook verfilmd als tekenfilm (onder naam; David de Kabouter) in 1985.

Zijn boeken werden vertaald in diverse talen.

 

Schilder een dier.

1. Zet alles wat je nodig hebt klaar.

2.Rien Poortvliet schilderde dieren in hun natuurlijke omgeving. Bedenk de omgeving van het dier wat jij wilt schilderen, het bos, de duinen, een weiland of de jungle.
3. Schets het dier, schetsen is globaal een tekening maken, het hoeft niet netjes want je gaat er straks toch overheen schilderen. Een schets is meer bedoeld als eerste houvast en om te kijken of je tekening goed wordt. Je kunt een tekening nog uitgummen, met verf gaat dat een stuk moeilijker.

4. Als je tevreden bent met je tekening dan kun je de eerste laag schilderen. De achtergrondkleur, je schildert gewoon je papier met de kleur die het belangrijkst is voor je schilderij. Als je een bos tekent is dat vast groen, als je de duinen schildert is dat geel/beige... Let op, de lucht wordt natuurlijk lichtblauw, wit of grijs. Ook de stukjes die wit blijven in je tekening laat je nu nog even wit.
 
Je mengt de verf goed met water, zodat hij heel dun wordt en je je schets nog goed kan zien!

 

5. Als je tekening een beetje droog is ga je het schilderij verder inkleuren. De bomen, het gras en het dier natuurlijk. Let goed op dat je natuurlijke kleuren gebruikt. Je moet vast veel mengen want in de natuur is zo'n beetje niets egaal van kleur!!

 

6. Nu laat je deze laag weer drogen, je ziet nu je schets bijna niet meer.

 

7. Je gaat nu verder met de afwerking. Dit is een best tijdrovend karweitje, maar neem de tijd, hoe langer je er over det hoe mooier het wordt. Je gaat nu de haartjes van het dier schilderen, met een fijn penseeltje. De takjes, de grassprietjes. In de natuur staat overigens niets netjes naast elkaar, alles loopt een beetje rommelig door elkaar.

 

Wat heb je nodig?

een stevig teken/aquarelpapier of karton of een schildersdoek, potlood en gumplakaatverf (acrylverf mag ook, maar dat gaat niet uit je kleren als je morst!!) dikke kwasten en dunne penseeltjes, water.