Dit verhaal speelt zich af in een oud, krakend huis dat al lange tijd onbewoond is. Ooit was het een mooie villa met grote, hoge kamers en een prachtige tuin eromheen. Maar nu bladdert de verf overal van af, de trap mist een paar treden en kraakt verschrikkelijk en sommige deuren kunnen niet meer open of dicht. Hier en daar staan nog oude meubels en voor sommige ramen hangen nog ouderwetse mooie fluwelen versleten gordijnen. In het huis wonen geen mensen meer. Maar er is wel iets dat zich er verstopt heeft. Het woont er al vele jaren en heeft het er best naar zijn zin. Het dier zit achter een gordijn. Alleen zijn staart steekt uit.

 

1. Teken een verticale lijn in midden van het tekenpapier. De lijn loopt van de onderkant van je blaadje tot aan de bovenkant. Deze lijn is de rand van een gordijn. Is iedereen klaar? Teken dan nu de staart van het dier dat achter het gordijn vandaan komt. Links of rechts; dat maakt niet uit. Is het een lange staart? Is het een korte staart? Is het een rechte staart of met een krul erin? Is het een stevige staart met stekels of een zachte pluizige? Is het een staart van veren. Is het de staart van een bestaand dier of van een fantasiedier? Is het een rare kronkelige staart?

 

Waarom zit het dier achter het gordijn? Het is bang, want iemand bonkte hard op het raam. De voordeur werd opengemaakt en ineens klonken overal in huis stemmen. Er kraakte een deur en voetstappen kwamen dichterbij. Daarom kroop het dier achter het gordijn. Dat was net op tijd, want iemand komt de kamer in...

 

2. Teken die iemand in de kamer. Het mag een kind zijn of een groot mens. Misschien is hij heel klein, ongeveer zo groot als je pink, of juist heel groot, van de onderkant van het papier tot aan de bovenrand. Misschien is hij een gewoon mens of is hij een sprookjesfiguur; bijvoorbeeld een ridder, een prins of prinses. Misschien is hij een mens verkleed als monster, een postbode of een oma. Teken maar wie jij denkt dat er in het huis wil wonen.

 

Het dier achter het gordijn houdt zijn adem in. Hij hoopt dat de mens hem niet gezien heeft. Maar zijn staart verraadt hem. De mens ziet de staart en met een ruk schuift hij het gordijn opzij. Teken nu de rest van het dier. Zijn lijf is heel groot.

De mens schrikt. Wat was dit voor vreemd dier? Wat zijn die dingen op zijn rug?

Zijn het vleugels of stekels? Heeft het dier lange haren of korte? Heeft het vreemde vlekken op zijn lijf of gekke bulten? Teken ook de kop van het dier. Heeft het een grote bek of een kleine? Of misschien heeft het een snavel? Wat voor oren heeft het beest? Heeft het snorharen? Heeft het grote tanden? Is het dier gevaarlijk of vriendelijk? Het mag een bestaand dier of een fantasiedier zijn. Hoeveel poten heeft het dier? Twee, vier of misschien wel twintig?

 

Het dier en de mens kijken elkaar aan. ‘Je hoeft niet bang te zijn, hoor,’ zegt de mens. ‘Ik heb wat voor je.’ Het dier ziet dat de mens een groot voorwerp bij zich heeft. Zoiets heeft hij nog nooit gezien. Dat was niet zo gek want het dier heeft heel lang alleen in het huis opgesloten gezeten. Nieuwsgierig kijkt hij naar het ding dat de mens meegenomen heeft.

 

3. Teken het voorwerp. Is het misschien een televisie, een computer of stofzuiger? Of is het een skateboard, een fiets of een laserzwaard. Of misschien is het iets om op te eten; een grote taart of een mand appels. Bedenk zelf iets dat jouw dier en mens leuk vinden.

 

‘Wow! Dat is leuk,’ zegt het dier. ‘Heb je dat voor mij meegenomen?

 

4. Maak je tekening verder af. Misschien zijn er nog meer dingen in de kamer? Hangt er iets aan de muur? Ligt er wat op de grond? Zijn er ramen of deuren? Misschien komen er nog meer mensen of dieren bij. Is de kamer griezelig of juist heel gezellig? Zijn er spinnenwebben? Hangen er slingers? Ligt er rommel? Is je tekening klaar? Zie je dat iedereen een andere tekening gemaakt heeft? Jullie hebben allemaal hetzelfde verhaal gehoord en toch zijn alle tekeningen anders hoe komt dat denk je?

Galerie

Tips en trucs

Terug

Overzicht

3