vaardigheden en techniek

beoordelingsformulier (pdf)

Het werkstuk is vaardig gemaakt

Een werkstuk is vaardig gemaakt als het kind de techniek die gebruikt wordt onder de knie heeft, rekening houdend met het niveau van het kind.

 

Is het de eerste keer dat een techniek wordt gebruikt? (niveau 1)
Het kind begrijpt de techniek en experimenteert ermee.

 

Werd de techniek al vaker gebruikt? (niveau 2)

Het kind laat vooruitgang zien.

 

Is de techniek al veel gebruikt? (niveau 3)

Het werkstuk is netjes, de techniek is voldoende tot goed uitgediept.

Het kind snapt de opdracht

Het kind kan de vervolgstappen overzien en weet wat het einddoel is, hij kan het einddoel voor ogen houden en dwaalt niet teveel af.

Het kind heeft aandacht gehad voor zijn werkzaamheden

Het werkstuk is met aandacht uitgevoerd, er is netjes, naar niveau van het kind gewerkt en het kind heeft plezier gehad in zijn werk, het kind heeft geëxperimenteerd, zich verdiept in het onderwerp en heeft zich tijdens het uitvoeren weinig laten afleiden door de gebeurtenissen om zich heen.

 

Het werkstuk is goed leesbaar

Het werkstuk verteld herkenbaar het verhaal van het kind.

Het werkstuk heeft geen uitleg nodig.

(Ook boosheid, chaos en clichématige werkstukken kunnen goed leesbaar zijn, vraag is alleen of deze het doel van het kind waren, of tekenen van verzet of onkunde.)

Proces

Het kind heeft alle stappen van het proces gevolgd

Het kind heeft alle stappen uitgevoerd en heeft geen essentiële stappen vergeten, het werkstuk is af.

Het kind heeft alle stappen in de gegeven volgorde gemaakt

Het kind heeft het doel bereikt

Het werkstuk lijkt op het werkstuk wat is beschreven in de opdracht, het niveau van het kind in acht genomen.

 

Creativiteit en zelfbewustzijn

Het kind heeft getracht het werkstuk zijn eigen "kleur" te geven

In het werkstuk is het kind te zien, hij heeft geëxperimenteerd, hij heeft kleuren naar zijn eigen smaak gebruikt, of heeft zijn eigen vormtaal gebruikt. Het werkstuk is origineel.

In de klas heerst een klimaat waar het kind niet bang hoeft te zijn voor het oordeel van de juf of meester of van zijn medeleerlingen.
Het werkstuk is niet goed og fout.

Het kind kan kritiek/ aanwijzingen erkennen, herkennen en zijn werkstuk  verbeteren.

Het kind heeft aanwijzingen meegenomen in zijn werk, het kind heeft de aanwijzingen beoordeelt en zelf het initiatief genomen delen te verbeteren, of juist niet. Het kind kan dit, naar niveau, onderbouwen.

Het kind is tevreden over zijn werk

Het kind heeft plezier gehad in het proces en is tevreden over het resultaat, het kind kan vertellen wat goed is aan zijn werk en wat juist niet zo goed gelukt is.

 

Het kind kan zijn werk met andere werken vergelijken en daarover reflecteren.

Het kind kan verwoorden wat "goed gelukt" is en wat "minder goed gelukt" is in eigen werk, werk van medeleerlingen en werk van kunstenaars.

Het kind kan zijn werkstuk plaatsen tussen alle andere werkstukken.